Vier redenen om geen kunstmest te gebruiken

Toffe Tuinen

Aan het gebruik van kunstmest kleven vele nadelen. Toch wordt het nog vaak ingezet. Ondertussen ondervinden mensen problemen met hun grasland. Het lukt niet om de juiste plantensamenstelling te ontwikkelen, de waterhuishouding op orde te krijgen, een goede groei te krijgen of het water in de poel gezond te houden.

Risico op overbemesting

In kunstmest zitten alle mineralen die planten nodig hebben als voorwaarde om te groeien. Namelijk: stikstof (N), fosfaat (P) en Kali (K) aangevuld met Magnesium (Mg) en soms ook Natrium (Na). Maar planten hebben nood aan een dertigtal mineralen- en sporenelementen. Bovendien zijn de hoeveelheden die een plant behoeft, echter per plant verschillend. Een uniform product als kunstmest houdt daar onvoldoende rekening mee. Als je teveel geeft, wordt dit niet opgenomen door de plant. Organische meststoffen, zoals compost, houden een eventueel overschot aan mineralen (langer) vast en geven over een langere periode steeds een beetje af. De mineralenbalans blijft beter in evenwicht en het risico op overbemesting is veel kleiner. Met compost is overbemesting uitgesloten, maar met andere ammoniakrijke, organische meststoffen, zoals stalmest of kippenmest, moet je evengoed opletten dat je niet teveel geeft.

 

Schade aan planten

Bij meststoffen is het zeker geen kwestie van ‘baadt het niet dan schaadt het niet’. Een tekort is weliswaar niet goed voor je planten, maar een overschot is dat ook niet. 

Door overbemesting en het gebruik van pesticiden verzwakken planten. Met name door een teveel aan stikstof,  gaan planten een extreme bladmassa produceren. Dat lijkt heel wat, maar die planten zijn nergens tegen bestand. Een droge periode kan funest zijn, omdat het vele blad wel water verdampt, maar er ondergronds niet voldoende wortels zijn om in het watertekort te voorzien. Ook zijn planten vatbaarder voor andere ziekten. Een teveel aan fosfor in de bodem kan de opname van andere sporen en mineralen bemoeilijken. Ook kan een teveel aan meststoffen in de bodem de bodemstructuur om zeep helpen, waardoor planten bijvoorbeeld minder diep wortelen of de bodem zijn vochtvasthoudend vermogen verliest.

Toffe Tuinen

Overbemesting tast het bodemleven en dus de bodemstructuur aan. Hierdoor verliest de bodem vochtvasthoudend vermogen.

Een verstoord bodemleven

Een gezonde, vruchtbare bodem heeft in de eerste plaats een rijk bodemleven. Het draait dus niet alleen om voldoende mineralen en sporenelementen. Door een evenwichtig bodemleven vol goede bacteriën en mycorrhizaschimmels worden organische meststoffen en natuurlijke bodemverbeteraars omgezet tot plantbeschikbare mineralen en sporenelementen. 

Andere organismen, zoals wormen, helpen de bodem luchtig te houden en mengen vers organisch materiaal, zoals compost, dieper in de bodem, zodat het ook bij de wortels kan komen. Wanneer de mineraalbalans in de bodem verstoord raakt, heeft dit ook een nadelig effect op het bodemleven. Zo leidt verrijking (overbemesting) al snel tot verarming van de bodem. Een verstoorde bodem is ook minder goed bestand tegen bodem-gerelateerde plagen.

 

Uitspoeling van meststoffen

De mineralen uit kunstmest zijn allen zouten die makkelijk worden opgenomen in water. Wanneer er voldoende organische materialen in de bodem aanwezig zijn, worden de mineralen hieraan gebonden en spoelen niet zo snel uit, maar op armere zandgronden is dit wel het geval. De mineralen die niet door de planten kunnen worden opgenomen spoelen uit naar het grondwater en oppervlaktewater dat vervuilt raakt.

Eutrofiëring is de vergroting van de voedselrijkdom in met name water. Afb bijknippen dat thermometer er af is. Die leidt af.