Omgeveringsvergunning, paardenhouderij, paddock paradise, track, Landschappelijke inpassing, rijbak, vergunningaanvraag, gemeente, streekeigen, paardentuinen

Wat is landschappelijk inpassen?

Wanneer je een omgevingsvergunning wilt aanvragen voor de aanleg van een piste, stal of ander werk krijg je van de gemeente vaak direct het verzoek om deze uitbreiding ‘Landschappelijk in te passen’ maar wat houdt dat dan in? Landschappelijke inpassing gaat om het inpassen van een gebouw of een gebruik, waarbij rekening gehouden wordt met de typische kenmerken en kwaliteiten van het landschapstype. Een ontwerp voor landschappelijke inpassing gaat om het samenspel van vormgeving, materiaal- en kleurgebruik, architectuur van bebouwing en de diverse vormen van beplantingen. Paardentuinen adviseert je graag over de regels binnen jouw gemeente en kan een inrichtingsplan maken waarin de gemeentelijke regels zijn gewaarborgd. Met zo een inrichtingsplan kun je vervolgens de omgevingsvergunning aanvragen. Hieronder zie je hoe zo een landschappelijke inpassing er uit kan zien.

Huidige situatie

Omgeveringsvergunning, paardenhouderij, paddock paradise, track, Landschappelijke inpassing, rijbak, vergunningaanvraag, gemeente, streekeigen, paardentuinen

De huidige situatie bestaat uit een erf (1) met een woning en stal in een open agrarisch landschap. Dat een rechtlijnige en langwerpige kavelstructuur bevat. Er zijn waardevolle elementen aanwezig als: een molen (2) aan het eind van een doorzicht (3), houtwallen (4) die het perceel begrenzen, bomenrijen(5) begeleidend aan de infrastructuur en een sloot (6) die deel uitmaakt van de waterstructuur.

In dit soort open agrarische landschappen is weinig biodiversiteit en beperkt dierenleven aanwezig. Een natuurrijke paardenhuisvesting is een meerwaarde voor het landschap, mits goed ingepast.

 

Nieuwe situatie

Omgeveringsvergunning, paardenhouderij, paddock paradise, track, Landschappelijke inpassing, rijbak, vergunningaanvraag, gemeente, streekeigen, paardentuinen

De onderste afbeelding verbeeldt een landschappelijke inpassing. Het houdt rekening met de traditionele indeling van het boerenerf. ‘Voor’ was het werkterrein van de boerin (1a). Een deel was arbeidsintensief en gericht op productie van groente en fruit. Hagen boden hier bescherming tegen vraat. Tegenwoordig heeft dit veelal een sierfunctie. ‘Achter’ (1b) was het domein van de boer. Een arbeidsextensief deel dat onderdeel was van het landschap. Plaats een trainingspiste (7) dichtbij het erf, zodat de bouwwerken een ensemble vormen. Sluit aan op bestaande groenstructuren door houtwallen (4) te verlengen. Benadruk met de beplanting de kavelstructuur. Waterstructuren als sloten (6) vormen vanuit cultuurhistorie een logische aanleiding voor aanplant van knotwilgen. Houdt de zichtlijn naar de molen open met lagere struiken met daarin af en toe een boom. Plaats een schuilstal (9) tussen de beplanting. Breng kruidenstroken (10) aan op de overgang naar het grasland. Met een heuvel (11) en een poel (12) creër je een divers microklimaat waar een verscheidenheid aan planten en diersoorten kunnen leven. Raster een deel uit zodat de natuur de kans krijgt zich hier te ontwikkelen.

Laat een reactie achter